woensdag 1 april 2009

Rick Astley en Juffrouw Spruit


Soms komen er ineens van die herinneringen boven die uit een ver hoekje in je geheugen lijken te komen. Bijna vergeten en stoffig, maar zodra je je eraan overgeeft oh zo levendig. Ik heb gisterenavond een herinnering over Rick Astley en juffrouw Spruit afgestoft en vroeg me af of het een aardig onderwerpje was voor een blog. Vanmorgen kreeg ik een teken dat ik er inderdaad maar eens over moest schrijven: op 3fm draaiden ze ‘Never gonna give you up’. Hoe vaak wordt Rick Astley nog gedraaid? Die zit bij iedereen immers ver weg gestopt in het geheugen.

Rick Astley, popheld uit de jaren 80, was voor mij ooit aanleiding om een brief te schrijven naar Henny Huisman. Als aspirerend popster zag ik in de Mini Playbackshow de uitgelezen kans om beroemd te worden. En dus schreef ik meneer Huisman over mijn wens om Rick Astley te komen playbacken in zijn show. Ja, ik wist dat hij een man was, maar dat hoefde geen probleem te zijn, toch? Een pruik op, lange regenjas en klaar. Omdat het een knallend optreden moest worden, garandeerde ik hem ook een stel achtergronddansers, die met acrobatische trucs mijn optreden zouden ondersteunen. En passant vertelde ik meneer Huisman nog over mijn vader, die, toen hij voor zaken bij Sony was, aangesproken werd als meneer Huisman. Leuk hè, dat mijn vader zo op u lijkt? Vol vertrouwen deed ik mijn brief van drie kantjes (ik heb nooit de kunst verstaan kort en bondig te zijn) op de post en de volgende dag ging ik aan de slag. Ik trommelde drie vriendjes op die achtergronddansers zouden worden en vroeg hen of één van hen ook een flikflak, of iets soortgelijks, kon doen. Helaas, niemand, mijzelf incluis, kwam verder dan een halfslachtige radslag. Een oplossing had ik snel bedacht; ik gooide mijn charmes in de strijd bij jufrouw Spruit, onze gymlerares. Kon zij ons niet wat van die trucjes leren? Nou vooruit, dat wilde ze wel. Een weekje later (nog geen bericht van meneer Huisman) bevonden wij ons in de gymzaal alwaar al gauw bleek dat Rick Astley zelf het niet in zich had om flikflakkend over het podium te gaan. Gelukkig ging het mijn drie vriendjes beter af en na een uurtje oefenen hadden we er vertrouwen in dat de basis gelegd was. Een week lang oefenden we met elkaar op het schoolplein. Elke pauze werd nuttig besteed en elke dag werd er gevraagd of er al een brief was gekomen van meneer Huisman. Nee, nog steeds geen bericht. Mijn achtergronddansers werden moe van het flikflakken en ik kon gewoon niet beter worden in het perfect playbacken van de woorden. We werden het wachten moe en zo ging ons geweldige plan als een nachtkaarsje uit. We revancheerden ons op school door met de maandsluiting Dalbello te playbacken. Ik met getoupeerd haar en dikke zwarte eyeliner, m’n vriendjes met wastonnen als drumstel en kartonnen instumenten. Véél stoerder dan Rick Astley!

Maar gisterenavond in mijn bed werd ik alsnog een beetje boos op meneer Huisman. Wie beantwoord nou niet zo’n leuke brief, van een kind die maar liefst drie kantjes van haar meisjesbriefpapier in haar netste handschrift volschrijft? Dat kan het nadeel zijn van het afstoffen van oude herinneringen; daar waar wij ons destijds niet druk maakten om de stille afwijzing, denk ik nu, 22 jaar later, stik erin! Maar ik koester de herinnering aan de uren die wij als kinderen, zingend en swingend met elkaar doorbrachten en stop hem weer terug in een hoekje van mijn geheugen, iets minder ver weg dan voorheen.

donderdag 15 januari 2009

'Het breekt de nacht'


Na een wat uit de hand gelopen pauze, zit ik weer achter mijn laptop –vastbesloten om eindelijk weer een blog te schrijven. Hoe deze uit gaat pakken is nog echter de vraag. Mijn lichamelijke staat is gammel, mijn oogleden voeren een zware strijd met de zwaartekracht en de signalen waarmee mijn hersenen zowel gedachten als lichaam proberen aan te sturen doen laten zich het best vergelijken met het sein systeem van de NS: doorlopend storing. Deze toestand is te wijten aan een aantal gebroken nachten de afgelopen week. Geen last gehad van luidruchtige buren, ook niet van bovenop mij vallende mannen, noch van lastige katten, niets van dit alles; allen hebben zich keurig gedragen.

Het begon een paar dagen geleden. Knallen, brekend glas, een autoalarm, wegspurtende scooter, een claxon die vijf minuten lang non-stop toeterde. Bij de knallen probeerde ik het ontwaken nog af te wenden; ‘vuurwerk, An, doorslapen’. Maar bij het brekende glas was het gebeurd met de slaap. Ook m’n lief was wakker geworden en allebei spitsten we onze oren. Moesten we ook iets doen? Maar het werd stil en de wens om te slapen was sterker dan de roep om een goede burger te zijn. “Wat een geluk dat wij een garage hebben hè?” zeiden we tegen elkaar, want er worden hier doorlopend auto’s opengebroken en bekrast (dit is zelfs onze Nederlandse logés overkomen, afgelopen zomer). “Denk je in een veilige buurt te wonen...” verzuchte ik en ik draaide me om en gleed weg in een onrustige slaap.

Vannacht was het weer raak. Aanhoudend getoeter, gevolgd door een berg knallen en brekend glas. Hoewel ik mij heftig verzette tegen het ontwaken, sprong mijn lief het bed uit en rende hij naar het raam. “Jézus! Ik dacht het al!” riep hij. De toon waarmee de woorden uit z’n mond kwamen maakte dat ik acuut wakker was. “Wat is er?” vroeg ik ongerust. “Er staan auto’s in de fik,” was zijn antwoord. Vol ongeloof sprong ik mijn bed uit en al voor ik bij het raam was zag ik de feloranje gloed van de vlammen. Twee auto’s stonden in lichterlaaie en, zoals ik dat alleen van televisie kende, de ene ontploffing volgde de andere op –alleen zijn de ontploffingen op tv onrealistisch groot, weet ik nu; in werkelijkheid gaat het om een serie kleine ontploffingen die elkaar opvolgen, niet om van die grote knallen met vuurballen die als enorme ballonnen de lucht inschieten. Maar zo’n auto fikt flink en ik waande me even in oorlogsgebied. Wat was er in godsnaam aan de hand?

Maar toen kwam de blogger in mij boven en riep ik “waar is de camera?” Manlief, van nature ramptoerist, was me voor en met de nieuwe digitale spiegelreflex zocht hij naar de plek vanwaar hij het beste zicht had op wat er gebeurde. Ondertussen was de brandweer gearriveerd en werd er druk geblust. Maar ik hoorde de camera niet klikken. “Foto’s nemen!” riep ik –als betrokken burger natuurlijk. “Ja shit, ik weet nog niet hoe het zit met de belichting van deze camera!” riep de ramptoerist. En daar stonden we, de trotse eigenaren van een te dure camera. Voor ons zagen we hoe de figuren van stoere brandweermannen zich aftekenden in het felle licht van de vlammen en we waanden ons in een film, maar we waren niet in staat dit behoorlijk vast te leggen. Na een tijdje zochten we ons bed weer op en met het geluid van de blussende brandweer op de achtergrond probeerden we de slaap te vatten, wat in mijn geval pas lukte vlak voordat de wekker afging.

Vanmorgen reden we door de straat waar de auto’s, of wat daar nog van over was, stonden. De ene auto was, zoals we verwachtten, een mooie, prijzige auto. Grenoble is een bolwerk van extreem-links, dus het leek ons waarschijnlijk dat de brandstichter uit die hoek kwam. Maar deze gedachte verdween toen we zagen dat de tweede uitgefikte auto een oud, klein Peugotje was, dat temidden van betere auto’s stond. Welke idioot is er dan verantwoordelijk voor dit geintje? Een klassieke pyromaan, een jongere met criminele aanleg? Wie zal het zeggen. Van een opstand als die in Parijs in 2006, waarbij vele auto’s sneuvelden, is in ieder geval geen sprake. Maar dat het hier vaker gebeurd, is, gezien onze nachtelijke ervaringen en gezien het feit dat de Fransen dit fenomeen uitgevonden lijken te hebben, wel duidelijk.

Het was een bizarre nacht, waarin ongeloof, boosheid en een gevoel van sensatie elkaar afwisselden. Maar, in aansluiting op een prachtig fragment dat genomineerd was voor het televisiemoment van het jaar; ‘het breekt ook de nacht.’

Was getekend: uw blogger c.q. betrokken burger c.q. ramptoerist

maandag 1 december 2008

Beetje Frans

Vandaag is een grote dag voor mij. Nee, ik ben niet jarig, ik heb niet de loterij gewonnen en ik heb ook George Clooney niet ontmoet. Het heeft ook niets te maken met het feit dat ik vandaag een testdag had voor de Franse cursus die morgen weer begint en evenmin met het feit dat ik mijn diploma van het vorige Franse examen met bijbehorende, best wel goede cijferlijst heb opgehaald. Nee, vandaag is een grote dag want ik heb mijn carte vitale ontvangen. Precies negen maanden nadat ik mij heb ingeschreven voor een ziektekostenverzekering in Frankrijk, is het nu zover: ik kan met een grasgroen/bijengeel pasje zwaaien en roepen dat ik nu toch echt officieel deel uitmaak van de Franse samenleving. Ik had in de tijd tussen aanvraag en ontvangst van verzekeringsbewijs een kind op de wereld kunnen zetten (dat zou wel wat onverstandig zijn geweest, gezien mijn verblijf in de schemerzone van verzekeringland), maar ik klaag niet (meer). Vanaf vandaag hoor ik erbij!

Waarom de euforie, vraagt u? Dat zit zo. Vanaf het moment dat ik mij uitschreef bij de gemeente Haarlem was ik vogelvrij. Niet meer woonachtig in Nederland, maar ook nergens in Frankrijk geregistreerd. Een gemeentelijke basisadministratie kennen ze hier niet. In Frankrijk weten ze je te vinden via je belastingpapieren – vermoed ik. Maar aangezien meneer B. vooralsnog degene is die de centen verdient, kennen ze mij niet, bij de belasting. Ik hoor u denken: vogelvrij, niet bekend bij de belastingen? Feest!

Ja maar de vraag is: wie ben ik, als ik in geen enkel land blijk te wonen. Ja, in Frankrijk. Dat weet u, dat weet ik, maar de Fransen weten het niet. De Nederlanders ook niet. Er kunnen gekke dingen met mij gebeuren en officieel ben ik dan een niemand. Geboren in Nederland ja, maar tegenwoordig? Tegenwoordig zoekt ze het zelf maar uit. Terroristen kunnen me ontvoeren en welk land stuurt dan een diplomaat? Zoek het zelf maar uit.

Na ons huwelijk hebben we een poging gedaan mij als wettige echtgenote bij te laten schrijven in de Franse gemeente waar mijn wederhelft geboren is, maar dat werd ons domweg geweigerd. Verkeerde procedure gevolgd. Tot op heden heeft meneer B. geen tweede poging ondernomen. Waarom zou hij ook? Nu kan hij tenminste nog een tweede vrouw erbij huwen. Mijn hoop op erkenning in Frankrijk vestigde zich derhalve op de zorgverzekering.

En halleluja! Vandaag is het zover, mijn grote dag. Ik heb mijn ankertje (voorlopig) uitgegooid in Frankrijk en hoop dat Sarkozy mij persoonlijk komt redden in geval van nood. Terroristen pas op: met mijn carte vitale ben ik vanaf vandaag (een beetje) Frans!

vrijdag 21 november 2008

Dag Bente


Vandaag werd Bente, onze hond, tien jaar. Maar verdrietig genoeg is haar geboortedag ook haar sterfdag geworden. Met een knoop in mijn maag en branderige ogen probeer ik, al schrijvende, mijn afscheid vorm te geven. Afscheid van onze Bennepen, die tien jaar lang kleur gaf aan mijn leven.

Loslaten is het moeilijkste wat er is en de beste manier om dat te doen is door te vieren wat was, door de mooie dingen te herinneren. Door niet alleen te huilen, maar ook te lachen. Door m’n tranen heen lach ik, als ik denk aan de pluim van haar staart die boven het hoge gras uitstak als ze door het park banjerde. En aan de schrik, als je in plaats van een staart ineens vier poten door de lucht zag zwiepen, want dat betekende dat onze langharige dame haar vacht aan het ‘poetsen’ was in een hoop paardenstront of een rotte vis. Altijd stiekem, want ze wist best dat wij haar parfum-voorkeuren niet deelden. Ik glimlach als ik denk aan de kleine kleuter die hard riep ‘kijk mam, een koe!’ toen hij Bente in het vizier kreeg. Of aan de pogingen om Bente aan het zwemmen te krijgen, met als hoogtepunt mijn vader die ’s morgens vroeg in zijn onderbroek in een meer rondzwom terwijl Bente langs de kant toekeek. Toen ze uiteindelijk toch leerde zwemmen stond ze binnen no-time aan de overkant van het meer en vroegen wij ons vertwijfeld af of ze nog wel terug zou komen, of dat we haar zelf moesten gaan halen. Maar natuurlijk kwam ze terug, want er was maar één ding echt belangrijk voor onze boef: bij ons zijn, waar ze hoorde.


Dit bracht mijn aanstaande ertoe een kwartier voor ons huwelijk te besluiten dat Bente er ook bij moest zijn. Voor mij een grote verrassing, want ik ontdekte haar aanwezigheid pas toen ik, gezeten voor de ambtenaar van de burgerlijke stand en met mijn rug naar de gasten, ineens een boel gehijg achter mij hoorde. Toen ik mij omdraaide zat daar onze lobbes, op de voorste rij. Ik gilde van plezier en dat was het sein voor Bente om zich los te willen rukken zodat ze zich in mijn armen kon storten. Nog net kon voorkomen worden dat ik met hond op schoot in het huwelijk trad.

Bente hoorde er helemaal bij, tien jaar lang. Maar nu, heel plotseling, was het op. Met mijn ouders en mijn zusje aan haar zijde heeft ze ons los moeten laten. En nu moeten wij haar loslaten. De herinneringen blijven en het komt goed, maar mijn hart is wel gebroken. De liefste hond van de wereld is niet meer.

maandag 10 november 2008

Droomappartement









Mijn nicht verkoopt haar prachtige appartement in Noord-Holland.
Als je enthousiast wordt van bovenstaande foto's, moet je beslist even kijken op de website: www.droomappartementinursem.nl

donderdag 30 oktober 2008

Palin for VP

Een presidentskandidaat van 72 moet zijn vice-president goed kiezen. Met Sarah Palin heeft John McCain de plank volledig misgeslagen.



Maar gelukkig kunnen de campagnemedewerkers goed uitleggen hoe het zit met Palin's ervaring...



Nog een keertje Palin. Is ze echt zo onervaren?



Zorgwekkend, maar het levert wel geweldige parodieën op!

vrijdag 24 oktober 2008

Ik hop

Het is voor mij altijd een moeizame overgang, van de zonnige zomer naar de donkere winter. Ik weet dat er mensen zijn die zich juist verheugen op de koude dagen. Zo heb ik een vriendinnetje die zich niets leukers voor kan stellen dan de lange, donkere avonden omdat ze haar huis dan kan vullen met kaarslicht. Een ander vriendinnetje wordt helemaal blij van een stevige wandeling in de regen. Zij kan haar hart ophalen in deze tijd van het jaar.

Hoewel ik de gezelligheid van kaarslicht en potten kaneelthee wel kan waarderen, heb ik toch sterk het gevoel dat de lol hiervan na vijf minuten verdwenen is –en dan wil ik naar buiten, naar het park waar het leeft in de zomer, terwijl het leeg en kaal is in de winter. Dan wil ik de balkondeuren opengooien om de frisse lucht binnen te laten en dan begin ik de geur van vers gemaaid gras te missen. Tot en met december probeer ik mij altijd dapper op de positieve kanten van het koude seizoen te richten; de prachtige kleuren van de herfst, kruidnootjes en feestjes. Maar stipt de dag na kerst slaat de winterdepressie toe: de herfstkleuren hebben plaatsgemaakt voor een algehele grauwheid, de kruidnootjes komen me m’n neus uit en de feestjes bleken, zoals elk jaar, eerder een opgave dan iets leuks te zijn.

Jaar in, jaar uit zie ik mezelf veranderen in een bleek spook bij wie de kruidnootjes duidelijk op de heupen en in de dijen zijn gaan zitten. Maar dit jaar ben ik er wel even klaar mee. Het moet anders, ik vertik het wederom ‘slachtoffer’ te worden van een simpele klimaatwisseling. Vandaag ben ik tot een plan van aanpak gekomen. Vandaag schijnt namelijk de zon. Na een aantal donkere en natte dagen, lijkt het nu wel even zomer. Wandelingetje gemaakt, balkondeuren opengegooid en een stoeltje op het balkon geplant. Een weinig hoogdravend, maar oh zo spannend boek en een kopje thee erbij en mijn herfstgeluk was compleet. Juist na een stel donkere dagen waardeer je zo’n mooie dag veel meer. En dus moet je die plukken. En één ding moet ik de winter nageven; een winterzonnetje op een koude dag is vele malen mooier dan de zon in de zomer. En dus hop ik komend seizoen van zonnige winterdag naar zonnige winterdag; ik pluk ze allemaal. De tussenliggende tijd verstop ik me dan wel onder een deken op de bank met de kruidnootjes. Die wandel ik er dan op de mooie dagen weer af.




donderdag 9 oktober 2008

Is Anne Viva-waardig?

Wat doe je wanneer iemand je aanmoedigt om eens een blogje in te sturen voor een wedstrijd? Eerst een beetje lachen om het idee, dan toch een beetje blozen bij de gedachte dat de suggestie gedaan wordt en dan ga je je toch afvragen of jouw verhaaltjes leuk genoeg zijn om door meer mensen gelezen te worden dan de bekenden die je bij voorbaat al goed gezind zijn. Ben ik Viva-waardig?

Verhaaltje uitgezocht, fotootje erbij, op 'verzenden' geklikt en voilá, er is geen weg meer terug. Anne staat helemaal achteraan in een lange rij van verhaaltjes (vooralsnog op pagina 57) en er kan nog maar tot 17 oktober gestemd worden, dus mijn kansen zijn klein. Als er mensen zijn die denken dat ik Viva-waardig ben, dan zou het leuk zijn als ze op mijn verhaaltje willen stemmen! Want meedoen is stiekem toch willen winnen, ook al zul je mij dat niet horen zeggen...

http://www.viva.nl/viva-column/

vrijdag 26 september 2008

B-vamp

Eén van mijn (vele) gebreken is mijn voorliefde voor dure dingen. Luxeproducten, welteverstaan – modeartikelen, om precies te zijn. Schoenen, kleding, zonnebrillen (zonnebrillen!!!), tassen... Ik kan geen tijdschrift openslaan zonder jaloers naar de prachtig geklede modellen of sterren te staren, ik kan geen opticien voorbijlopen zonder minutenlang de zonnebrillen van Chanel of Tom Ford te bekijken in de etalage en mijn hebberigheid wordt tegenwoordig stevig aangewakkerd door fashion- en designblogs op het internet. Heel lastig dat je die mooie spulletjes overal tegenkomt, want: mooie spulletjes zijn duur. Het goede nieuws is dan ook dat ik me er niet aan bezondig. Mensen die mij kennen zullen dit hartgrondig beamen, want ik blink niet uit op het gebied van mode. Wie Anne zegt, zegt spijkerbroek. Of gympen, of bodywarmer... Gehinderd door een zeer beperkt budget en een onvermogen om daarmee spetterende outfits samen te stellen, zie ik er altijd wat sportief uit. Als er al een vamp in mij verscholen zit, zal er een heel team aan stylisten aan te pas moeten komen om haar naar buiten te brengen. En oh ja, een geldschieter.

Om toch een beetje vrouwelijker voor de dag te komen, heb ik onlangs mijn Puma’s verruild voor een paar flinke hakken die ik nog in de kast had liggen. Weg met dat sportieve vrouwtje van 1.64 m.; tijd voor de Vrouw met hoofdletter V van 1.74! Daar knap je lekker van op, van een paar hakken! Het is even afzien en vooral de eerste dagen waren je reinste zelfkastijding, maar het begint te wennen. En het leven ziet er mooi uit vanaf deze nieuwe hoogte, dus ik denk dat ik voorlopig gehakt door het leven zal gaan (hoewel dat wel een beetje vreemd klinkt).

Maar zo’n nieuwe liefde voor hoge hakken is natuurlijk vragen om problemen wanneer je een voorliefde hebt voor dure dingen én in het land van monsieur Christian Louboutin woont, de god van de hoge hakken. En jawel hoor, het onvermijdelijke is gebeurd: ik heb het perfecte paar hoge hakken gezien; een mooie slanke hak, fijne stilettohoogte, zacht leer, ritsje op de hiel én een knalrode zool . Een rode zool, in schoenenland betekent dat maar één ding: échte Louboutins. Ja, mijn nieuwe obsessie betreft zwarte enkellaarsjes van Louboutin. Ze hebben zich in mijn hoofd genesteld en fluisteren ‘vamp, vamp, vamp’. Voor een kleine achthonderd Euro zijn ze van mij.

Als ik nou zeker wist dat ik met die achthonderd Euro gegarandeerd tot de vamp-stand verheven zou worden, dan zou ik er voor gaan. Gewoon een half jaar niet eten, de katten op goedkoop kattenvoer zetten en de betaling van gas, licht en water even uitstellen. Waarom niet? Ik zou het zo doen. Maar de realiteit is dat één paar schoenen de vamp niet maken. Géén Louboutins voor Anne dus, maar met een beetje mazzel stap ik binnenkort met een paar goedkope knockoffs door het leven, als B-vamp dan maar.




maandag 15 september 2008

Cowgirl

Wanneer ik me op een zaterdagmiddag door de drukke mensenmassa in de plaatselijke winkelstraat worstel, overvalt mij niet zelden het gevoel dat ik een miertje ben in een enorme kolonie, krioelend door een van de vele steden in een grote wereld, in een nog groter universum. Een deprimerend gevoel, want niemand wil zo nietig zijn dat zijn of haar bestaan er niet toe doet. Te midden van al die mensen, allemaal sjouwend met dezelfde plastic tasjes van dezelfde winkels, zie je dan ineens een man die met een geitje door de straat wandelt, of een meisje dat luidkeels de komst van een buitenaardse Messias staat te verkondigen op de rand van een fontein – mensen die je uit je sombere gedachten rukken en je doen beseffen dat individualiteit en originaliteit wel degelijk nog bestaan.

Wat mij betreft kunnen er niet genoeg van dat soort figuren zijn; ze geven het leven kleur, fleuren grijze massa’s op. Maar in wezen schuilt er natuurlijk in iedereen een kleine freak. We hebben allemaal onze gekkigheden. De kantoormuts die in Gambia op zoek gaat naar een donkere seksgod, de wiskundeleraar die droomt van een carrière als bariton, de bankdirecteur die gepassioneerd Surprise Ei-verassingen spaart en de buurman die soms liever de buurvrouw zou zijn, allen willen ze de dagelijkse sleur doorbreken. Zo simpel is het.

Achter mijn masker van kalme zelfverzekerdheid, schuilen ook wel wat van die eigenaardigheden. Ik stel ze niet gauw tentoon, maar ik realiseer me dat als we ons allemaal blijven verschuilen achter onze maatschappelijk wenselijke rollen, die grijze zaterdagmiddagmassa nooit doorbroken wordt. Daarom pleit ik ervoor dat we allemaal onze verborgen talenten, dromen en eigenaardigheden wat meer etaleren. Let wel: ik bedoel niet dat we met z’n allen gelijk al onze geheimen prijs moeten geven! Er moet genoeg te raden overblijven, we moeten een beetje spannend blijven voor elkaar. Maar een beetje meer gekkigheid in het leven kan geen kwaad.

Als pleitbezorger voor een meer kleurrijke wereld, ga ik binnenkort op zoek naar een heuse cowboyhoed en een paar bijpassende laarzen. Dit is namelijk één van mijn verborgen kantjes; in mij schuilt een heuse cowgirl, wachtend om naar buiten te komen. Wanneer ik Dolly Partons snerpende snik op de radio hoor, word ik spontaan vrolijk en wanneer ik een Amerikaan tegenkom met een dik, zuidelijk accent, klets ik gemoedelijk mee met een even dik accent. Ik geloof oprecht dat ik heel goed de schapen bij elkaar zou kunnen drijven op een paard met een stel honden, en bij tijd en wijlen droom ik van een ranch met een veranda en een schommelstoel. Het zal er niet van komen in dit leven, dat ik cowgirl word. Dat geeft ook niet. Maar zou het niet leuk zijn om me een beetje cowgirl te kunnen voelen als ik mijn hoed opzet en met Dolly meesnik?

Als ik binnenkort op zaterdag de stad in wandel met mijn boots en mijn hoed, hoop ik een zingende wiskundeleraar tegen te komen, de buurman als buurvrouw, of een kantoormuts met een exotische man aan haar arm!