Mijn man valt op mij. Letterlijk. Soms. Dit doet zich vooral voor wanneer de schat een avond op stap is geweest en te diep in het whiskyglaasje heeft gekeken. Hoewel al wakker door het gestommel in huis, zie ik de klap vaak niet aankomen omdat ik mijn hoofd ver in mijn kussen heb begraven, mezelf vastklampend aan het laatste stukje slaap. En dan gebeurt het. Met een grote plof landt er een lichaam bovenop het mijne, de lucht wordt uit mijn longen geperst en happend naar adem wurm ik mezelf onder het niet al te welriekende mannenlichaam uit. Klaarwakker en zeer verongelijkt moet ik vervolgens aanhoren hoe manlief genoeglijk ligt te ronken. Hij sliep al voordat hij zijn vrouw plette!
Ik kan het hem niet helemaal kwalijk nemen. Ons bed is namelijk van het kleine soort, een hele één meter veertig breed. Knus, maar niet heel groot en wanneer de coördinatie van zijn toch al motorisch gestoorde lichaam hem in de steek laat onder invloed van een drankje (of twee) dan moet je als vrouw niet zeuren wanneer hij eens een keertje mis ploft. Daar komt bij dat ik zelf ook niet helemaal onschuldig ben als het gaat om het verwonden van de ander in bed. Ik ben een nogal onrustige slaper en het komt wel eens voor dat ik, onder invloed van een hysterische droom, mijn schat een knal verkoop. Met een beetje mazzel mis ik doel en krijgt hij slechts een por in zijn rug, maar vaker zijn de klappen goed gemikt en eindigen ze op zijn neus of z’n slaap. Soms word ik er net wakker genoeg van om een verontschuldiging te prevelen, andere keren hoor ik de volgende dag wat ik ’s nachts aan ellende aan heb gericht. En het moet gezegd worden, de lieverd wordt nooit boos. Nou ja, één keer dan, maar toen had ik ook wel erg hard geslagen. Bij ons in bed is het dus een kwestie van live and let live. We maken ons allebei wel eens schuldig aan het hardhandig aanpakken van onze slapende partner. Niet over zeuren, gewoon accepteren.
Toch stel ik van tijd tot tijd voor om een groter bed te kopen. Aan de ene kant uit lijfbehoud, aan de andere kant omdat het me heerlijk lijkt om armen en benen alle kanten uit te kunnen strekken, zonder dat ze op de knieholtes of het hoofd van mijn echtgenoot stuiten. Maar nee, daar wil hij niet van weten. Veel te knus zo samen in ons kleine bed. Ik vind het verbazingwekkend voor iemand die na drie minuten spoonen standaard zucht dat hij het zo warm krijgt en zijn eigen helft weer opzoekt, maar wanneer hij zegt liever dichtbij me te zijn, vergeet ik op slag de (enigszins gevaarlijke) ongemakken. We houden ons bedje en mocht u ooit een van ons met een blauw oog of een vervaarlijk dikke lip rond zien lopen; niets aan de hand, botsing in bed!
PS: wie bij het lezen van de titel dacht een heel ander type verhaal te gaan lezen had het dus mis. Want daarvoor geldt; what happens between the sheets, stays between the sheets.
donderdag 21 augustus 2008
maandag 11 augustus 2008
The Postman Always Knocks Twice
Sinds wij in Grenoble wonen heb ik allerlei mensen aan de deur gehad. Van louche schoorsteenvegers, tot boekenverkopers, tot Jehova's getuigen. Toen ik van de week wat gerommel aan de deur hoorde, had ik dan ook geen haast om open te doen. Het vroege tijdstip op de dag sloot bezoek van vrienden uit, dus zou het waarschijnlijk wel weer iemand zijn die een kalender wilde verkopen of me een lidmaatschap van de plaatselijke buitenlandersvereniging aan wilde smeren. Ik was er ook niet helemaal zeker van of er ook echt bij ons aan de deur geklopt was. Het kon toch ook bij de buren zijn? Het feit dat ik nog blijmoedig in mijn kimono rondliep gaf de doorslag; áls er al geklopt was, dan was het niet bij mij aan de deur.
Verkeerd gedacht. Voor de tweede keer geroffel. Het was een onmiskenbare klop op de deur. Eén blik op mijn kater die met gespitste oren en grote ogen naar de voordeur staarde en het was overduidelijk. Het was onze deur waarop geroffeld werd. Getverdemme, dat betekende opendoen in mijn kimono (voor de duidelijkheid, daar zat geen pyjama onder) en met ontploft slaap-haar. Ik raapte mijn moed bij elkaar en deed open. Het eerste wat ik zag was het postpakketje dat me voorgehouden werd; gelukkig, het was gewoon de postbode. Mijn opluchting verdween echter als sneeuw voor de zon toen mijn ogen van het pakketje naar de postbode zelf gleden. Het was niet zo maar een postbode.. Het was een knappe vent-postbode! Slik! Daar stond ik dan, mezelf erg bewust van mijn semi-naaktheid. De leukerd maakte het nog erger door mij glimlachend van top tot teen op te nemen en me toen nonchalant het apparaatje aan te geven waarop ik een krabbel moest plaatsen.
Daar stond ik; in de ene hand het pakketje, in de andere het apparaatje om te tekenen. Help! Stuntelend draaide ik me om en rekte mijn arm uit om het pakketje op het kastje in de gang te kunnen planten, daarbij hopend dat mijn kimono goed zou blijven zitten en ik niet een décolleté van hier tot overmorgen had gecreëerd. Een snelle blik op mezelf; het leek in orde te zijn. Okay, omdraaien, tekenen en dicht die deur! Ik probeerde een fatsoenlijke krabbel te plaatsen, maar dat is nagenoeg onmogelijk op die elektronische apparaten. Nog meer gestuntel. En voelde ik daar nou echt een blos opkomen? Ergens in de diepten van mijn hersenen groef ik iets op wat leek op een Franse groet, maar ik geloof niet dat wat ik zei ook daadwerkelijk Frans was. De postbode liep, nog steeds glimlachend, weg en wenste mij nog een fijne dag. Stotterend produceerde ik een 'vous aussi' en ik sloot de deur.
Het pakketje bleef in de gang liggen terwijl ik naar de badkamer stiefelde om mezelf eens even goed in de spiegel te bekijken. Gelukkig, de kimono zat keurig op z'n plek. Maar verder? Een typische dertiger die als ze net wakker is gewoon wat werk moet verrichten om er fris en fruitig uit te zien. In deze Desperate Housewives-waardige scène had ik er niet bepaald uitgezien als Eva Longoria. 'Een fijne dag' had hij gezegd. Een fijne dag?! Hoe durft ‘ie! Postbodes (en al helemaal knappe postbodes) horen gewoon niet ’s morgens vroeg aan te kloppen, dat levert genante situaties op! En dus doen we de volgende keer niet meer open, óók niet als hij twee keer klopt!
Verkeerd gedacht. Voor de tweede keer geroffel. Het was een onmiskenbare klop op de deur. Eén blik op mijn kater die met gespitste oren en grote ogen naar de voordeur staarde en het was overduidelijk. Het was onze deur waarop geroffeld werd. Getverdemme, dat betekende opendoen in mijn kimono (voor de duidelijkheid, daar zat geen pyjama onder) en met ontploft slaap-haar. Ik raapte mijn moed bij elkaar en deed open. Het eerste wat ik zag was het postpakketje dat me voorgehouden werd; gelukkig, het was gewoon de postbode. Mijn opluchting verdween echter als sneeuw voor de zon toen mijn ogen van het pakketje naar de postbode zelf gleden. Het was niet zo maar een postbode.. Het was een knappe vent-postbode! Slik! Daar stond ik dan, mezelf erg bewust van mijn semi-naaktheid. De leukerd maakte het nog erger door mij glimlachend van top tot teen op te nemen en me toen nonchalant het apparaatje aan te geven waarop ik een krabbel moest plaatsen.
Daar stond ik; in de ene hand het pakketje, in de andere het apparaatje om te tekenen. Help! Stuntelend draaide ik me om en rekte mijn arm uit om het pakketje op het kastje in de gang te kunnen planten, daarbij hopend dat mijn kimono goed zou blijven zitten en ik niet een décolleté van hier tot overmorgen had gecreëerd. Een snelle blik op mezelf; het leek in orde te zijn. Okay, omdraaien, tekenen en dicht die deur! Ik probeerde een fatsoenlijke krabbel te plaatsen, maar dat is nagenoeg onmogelijk op die elektronische apparaten. Nog meer gestuntel. En voelde ik daar nou echt een blos opkomen? Ergens in de diepten van mijn hersenen groef ik iets op wat leek op een Franse groet, maar ik geloof niet dat wat ik zei ook daadwerkelijk Frans was. De postbode liep, nog steeds glimlachend, weg en wenste mij nog een fijne dag. Stotterend produceerde ik een 'vous aussi' en ik sloot de deur.
Het pakketje bleef in de gang liggen terwijl ik naar de badkamer stiefelde om mezelf eens even goed in de spiegel te bekijken. Gelukkig, de kimono zat keurig op z'n plek. Maar verder? Een typische dertiger die als ze net wakker is gewoon wat werk moet verrichten om er fris en fruitig uit te zien. In deze Desperate Housewives-waardige scène had ik er niet bepaald uitgezien als Eva Longoria. 'Een fijne dag' had hij gezegd. Een fijne dag?! Hoe durft ‘ie! Postbodes (en al helemaal knappe postbodes) horen gewoon niet ’s morgens vroeg aan te kloppen, dat levert genante situaties op! En dus doen we de volgende keer niet meer open, óók niet als hij twee keer klopt!
dinsdag 5 augustus 2008
Grote Hoogten
Als kind was ik geen meisje-meisje. Barbies? Leuk, maar ik ging liever buiten spelen met mijn hartsvriendinnetje Miranda en de jongetjes uit de buurt. Blikkietrappen, landje veroveren, voetballen; daar werden wij blij van. Niet verwonderlijk dus, dat ik als enige meisje bij de Sinterklaasviering op de softbalvereniging geen pop of knutselfrutsels kreeg, maar een boek over Wubbo Ockels en zijn ruimtereis.
Het moet gezegd worden: ik was een kind dat bestemd was voor grootse dingen. Later, als ik groot zou zijn, zou ik astronaut worden, of anders Mount Everest en de K2 beklimmen, of ik zou tussen de wilde dieren gaan wonen en hun beste vriend worden. Niets leek me te gek, een leven vol avontuur lachte me tegemoet. [stilte voor het effect..]
Inmiddels zijn we zo’n twee decennia verder, ben ik 31 jaar, braaf getrouwd, een werkeloze antropoloog die Franse lesjes leert. Ergens ging het mis, maar waar? In de loop der jaren stapelden de inspirerende boeken zich op; Wubbo Ockels – Het Levensverhaal van een Zwevende Hollander, K2 – Challenging the Sky, Geen Berg te Hoog, Wolves of the High Arctic, De Spiegel van het Paradijs – Mijn Jaren bij de Orang-Oetans van Borneo. Ik ging zelfs nog eens op bergwandelvakantie, twaalf dagen bikkelen door het Rätikongebergte, compleet met gletsjeroversteek (en bijna-ongeluk toen ik een flink stuk naar beneden gleed van diezelfde gletsjer). Ik was lekker op weg dus, zou je denken, maar toch pakte het anders uit. Ik ging studeren, ontwikkelde een lichte hoogtevrees en claustrofobie en de dromen van vroeger leken steeds onrealistischer te worden.
Deze week berichtte de krant over een noodlottige expeditie op K2. Na de beklimming van de top sloeg een ijslawine de touwen weg waardoor afdalen problematisch werd. Tien klimmers worden vermist en zijn vermoedelijk omgekomen. Mensen die hun dromen naleefden en dat met de hoogste prijs betaald hebben. Ik kan niet anders dan diep respect voor ze hebben, maar realiseer me dat je niet de K2 hoeft te beklimmen om grootse dingen te bereiken. Grootsheid is tenslotte relatief.
Groots is een ieder die z’n dromen durft na te streven, ongeacht welke dromen dat zijn. Mijn dromen vandaag zijn minder spectaculair dan toen ik klein was, maar het is onveranderd moeilijk om ze na te streven. Er zit maar één ding op: gewoon doen. En dus zal ik schrijven, filmen, de wereld verbeteren. En hopelijk wordt ik daar net zo gelukkig van als Wubbo, toen hij al zwevend op de aarde neerkeek.
Het moet gezegd worden: ik was een kind dat bestemd was voor grootse dingen. Later, als ik groot zou zijn, zou ik astronaut worden, of anders Mount Everest en de K2 beklimmen, of ik zou tussen de wilde dieren gaan wonen en hun beste vriend worden. Niets leek me te gek, een leven vol avontuur lachte me tegemoet. [stilte voor het effect..]
Inmiddels zijn we zo’n twee decennia verder, ben ik 31 jaar, braaf getrouwd, een werkeloze antropoloog die Franse lesjes leert. Ergens ging het mis, maar waar? In de loop der jaren stapelden de inspirerende boeken zich op; Wubbo Ockels – Het Levensverhaal van een Zwevende Hollander, K2 – Challenging the Sky, Geen Berg te Hoog, Wolves of the High Arctic, De Spiegel van het Paradijs – Mijn Jaren bij de Orang-Oetans van Borneo. Ik ging zelfs nog eens op bergwandelvakantie, twaalf dagen bikkelen door het Rätikongebergte, compleet met gletsjeroversteek (en bijna-ongeluk toen ik een flink stuk naar beneden gleed van diezelfde gletsjer). Ik was lekker op weg dus, zou je denken, maar toch pakte het anders uit. Ik ging studeren, ontwikkelde een lichte hoogtevrees en claustrofobie en de dromen van vroeger leken steeds onrealistischer te worden.
Deze week berichtte de krant over een noodlottige expeditie op K2. Na de beklimming van de top sloeg een ijslawine de touwen weg waardoor afdalen problematisch werd. Tien klimmers worden vermist en zijn vermoedelijk omgekomen. Mensen die hun dromen naleefden en dat met de hoogste prijs betaald hebben. Ik kan niet anders dan diep respect voor ze hebben, maar realiseer me dat je niet de K2 hoeft te beklimmen om grootse dingen te bereiken. Grootsheid is tenslotte relatief.
Groots is een ieder die z’n dromen durft na te streven, ongeacht welke dromen dat zijn. Mijn dromen vandaag zijn minder spectaculair dan toen ik klein was, maar het is onveranderd moeilijk om ze na te streven. Er zit maar één ding op: gewoon doen. En dus zal ik schrijven, filmen, de wereld verbeteren. En hopelijk wordt ik daar net zo gelukkig van als Wubbo, toen hij al zwevend op de aarde neerkeek.
woensdag 18 juni 2008
Say a Little Prayer
Prince Charles heeft me in de steek gelaten. Voor degenen die dit niet weten, Prince Charles is niet die kerel met de flaporen; onze Prince Charles is een zilverkleurig bakkie op vier wielen. Blijmoedig gooide ik een paar uurtjes geleden de garagedeuren open. De zon scheen en Anne had wat boodschapjes op het programma. Waaronder een bezoekje aan de H&M, een uitstapje dat ik voor het gemak (en bij wijze van legitimering) maar onder het kopje 'boodschapjes' schaar. Ik stopte een fijn cd-tje in de speler en draaide de sleutel in het contact. De Prince spuugde een of ander zwak geluidje uit en gaf het meteen weer op. Als een heuse blondine zat ik met een groot zwevend vraagteken boven mijn hoofd achter het stuur. Nog maar een keer proberen.. geen succes. Voor deze verwende dame was dit een geheel nieuwe ervaring. Hoezooo niet starten?! Kan dat met auto's? Kennelijk, als ze bijna tien jaar oud zijn, wel. :chinrub: Een halve seconde overwoog ik stoer de motorkap open te gooien om een beetje interessant onder de kap te turen. Maar gezien het feit dat ik vervolgens niet zou weten waarnaar te kijken (olie en koelvloeistof waren op peil, dat wist ik dan net nog) en er bovendien toch geen publiek was (want in de garage) besloot ik dan maar als goed geëmancipeerde vrouw de telefoon te pakken en mijn man te bellen.
Man beloofde met collega en startkabels naar huis te komen en ik besloot me in de tussentijd maar een beetje nuttig te maken. Er moest nog wat naar zolder gebracht worden en dus pakte ik de sleutels, trok de deur van ons appartement achter me dicht, bracht de spullen naar zolder, om vervolgens mijn huis niet meer in te kunnen. Hmmm... aan deze bos zaten toch ook onze huissleutels? Niet dus. En dus hobbelde ik maar helemaal naar beneden, alwaar ik in de deuropening op mijn ridder op z'n stalen ros wachtte. Deze kwam gelukkig snel en z'n collega volgde met auto en startkabels.
Om een lang verhaal hier maar even af te kappen: Prince Charles is naar de garage. Zal hij weer helemaal gezond bij ons terugkeren? Het is te hopen, want ik mis hem en bovendien staat er voor volgende week een tripje van 1100 kilometer gepland. Wordt het vakantie of een auto-begravenis? Let's pray for Prince Charles..
Man beloofde met collega en startkabels naar huis te komen en ik besloot me in de tussentijd maar een beetje nuttig te maken. Er moest nog wat naar zolder gebracht worden en dus pakte ik de sleutels, trok de deur van ons appartement achter me dicht, bracht de spullen naar zolder, om vervolgens mijn huis niet meer in te kunnen. Hmmm... aan deze bos zaten toch ook onze huissleutels? Niet dus. En dus hobbelde ik maar helemaal naar beneden, alwaar ik in de deuropening op mijn ridder op z'n stalen ros wachtte. Deze kwam gelukkig snel en z'n collega volgde met auto en startkabels.
Om een lang verhaal hier maar even af te kappen: Prince Charles is naar de garage. Zal hij weer helemaal gezond bij ons terugkeren? Het is te hopen, want ik mis hem en bovendien staat er voor volgende week een tripje van 1100 kilometer gepland. Wordt het vakantie of een auto-begravenis? Let's pray for Prince Charles..
woensdag 11 juni 2008
Onvermijdelijk over Voetbal
Met z'n tweetjes zaten we op de bank, m'n mop en ik. Van nervositeit was geen sprake; na vier jaar lang wanprestaties van het Nederlands elftal konden we nauwelijks dieper zinken. Een Franse collega van Onno vroeg zich oprecht af waarom wij er gesproken werd van de poule des doods; "nou, we moeten Italië zien te verslaan, maar verder..?" Over Nederland had hij het niet eens. Enigszins beledigd waren we wel, maar ongelijk konden we hem ook niet echt geven. De wereldkampioen, de nummer twee en eh... Nederland (sorry, Roemenië komt in dit verhaaltje niet voor).
En toen gebeurde er wat er gebeurde. Tjemig! Volslagen verbijsterd zaten we op de bank en bij elk doelpunt sprongen we trots (en vooral onwennig) op om te juichen (hopend dat de buren het allemaal zouden horen). En jawel, daar kwamen de eerste sms-jes van de Fransen: in eerste instantie natuurlijk over een zogenaamd buitenspel (wat geen buitenspel was, vraag maar aan de UEFA), maar later toch wel bewonderend van toon. Ineens wilden ze wel weer voetbalvriendjes met ons zijn. Gerechtigheid!
Maar nu, nu ben ik in de war. Hoe bepaal ik nu mijn opstelling naar de Franse buitenwereld? Een beetje blasé -neus in de lucht, met een 'ik heb het altijd wel geweten-houding'? Of wat voorzichtiger? Immers, we moeten nog maar even afwachten wat er vrijdag gaat gebeuren. De ultieme wedstrijd voor ons Hollanders hier in het Franse, want Nederland - Frankrijk. Gaan we toch maar weer met z'n tweetjes op de bank? Wel of niet oranje t-shirts tevoorschijn toveren? Franse vrienden uitnodigen? Wat zou het mooi zijn: een overwinning op de chauvinistische Fransen. Tegelijkertijd wil ik niet al mijn kruid verschieten. Mocht het nog ernstig misgaan met het Nederlands elftal, dan is het toch fijn als ik me als semi-fransoos achter het Franse eltal kan scharen.
Grote vragen en identiteitscrises. En dan allemaal om een potje voetbal. Maar hoe het ook gaat verlopen: wat was het fijn om een Hollander te zijn, afgelopen maandag. Vrijdag graag nog een keertje!
En toen gebeurde er wat er gebeurde. Tjemig! Volslagen verbijsterd zaten we op de bank en bij elk doelpunt sprongen we trots (en vooral onwennig) op om te juichen (hopend dat de buren het allemaal zouden horen). En jawel, daar kwamen de eerste sms-jes van de Fransen: in eerste instantie natuurlijk over een zogenaamd buitenspel (wat geen buitenspel was, vraag maar aan de UEFA), maar later toch wel bewonderend van toon. Ineens wilden ze wel weer voetbalvriendjes met ons zijn. Gerechtigheid!
Maar nu, nu ben ik in de war. Hoe bepaal ik nu mijn opstelling naar de Franse buitenwereld? Een beetje blasé -neus in de lucht, met een 'ik heb het altijd wel geweten-houding'? Of wat voorzichtiger? Immers, we moeten nog maar even afwachten wat er vrijdag gaat gebeuren. De ultieme wedstrijd voor ons Hollanders hier in het Franse, want Nederland - Frankrijk. Gaan we toch maar weer met z'n tweetjes op de bank? Wel of niet oranje t-shirts tevoorschijn toveren? Franse vrienden uitnodigen? Wat zou het mooi zijn: een overwinning op de chauvinistische Fransen. Tegelijkertijd wil ik niet al mijn kruid verschieten. Mocht het nog ernstig misgaan met het Nederlands elftal, dan is het toch fijn als ik me als semi-fransoos achter het Franse eltal kan scharen.
Grote vragen en identiteitscrises. En dan allemaal om een potje voetbal. Maar hoe het ook gaat verlopen: wat was het fijn om een Hollander te zijn, afgelopen maandag. Vrijdag graag nog een keertje!
woensdag 28 mei 2008
Telefoon
De telefoon gaat. "Met Anne" (telefoon opnemen Nederlandse stijl). "Bonjour, Mme B.?" Shit, het is een Franse mevrouw (Franse telefoongesprekken zijn lastig). Het spookt nog even door mijn hoofd te roepen "non, Mme Stiphout", maar zie maar eens uit te leggen dat je wel getrouwd bent, maar je eigen naam hebt gehouden, in het Frans. Ik gooi het idee dus overboord en antwoord gedwee "oui". En dat was het startsein voor de dame om mij te bombarderen: "blablablablablablablabla..vraagteken" Help!! Wie heb ik aan de lijn en wat wil ze? Schoorvoetend leg ik uit dat ik niet zo goed Frans spreek en dat de dame een beetje te snel voor mij praat (zeg maar gerust ratelt, maar wat is ratelen in het Frans?). De dame vat haar erg lange verhaal nu voor mij samen in enkele korte zinnen en nog snap ik het niet. Even denk ik dat ze mijn nieuwe dokter is, want haar naam klonk als die van de dokter, maar ik heb verder echt niets gehoord wat daarop lijkt te wijzen. Het woord dat me het meest op weg helpt, is 'mutuelle' (aanvullende verzekering). Er gaat een lichtje branden. Volgens mij belt ze namens een verzekeringsmaatschappij die ons onlangs een offerte toe heeft gezonden, maar het verzekeren van Madame et Monsieur B. is een taak van manlief en dus zeg ik met het schaamrood op mijn kaken dat mijn man zich daarmee bezighoudt en dat ik haar zijn nummer wel even kan geven.
Kledder! In één telefoongesprek van twee minuten mijn hele geëmancipeerde, zelfstandige én best wel een beetje Franssprekende zelf kwijt! En dat terwijl ik net zo trots was omdat mijn mondelinge examen vanmorgen zo goed ging.
Kledder! In één telefoongesprek van twee minuten mijn hele geëmancipeerde, zelfstandige én best wel een beetje Franssprekende zelf kwijt! En dat terwijl ik net zo trots was omdat mijn mondelinge examen vanmorgen zo goed ging.
maandag 19 mei 2008
Je hebt het niet altijd voor het Kiezen...

Stel je voor een klein, rond mannetje, met een lange witte jas. Hij ziet eruit als een wat verdwaasde professor van pensioensgerechtigde leeftijd. Onder z'n witte jas, die wat naar voren hangt door z'n dikke buik, piepen twee zwarte instappers - van het soort dat mijn opa altijd droeg - tevoorschijn. Deze man is mijn nieuwe tandarts. Gedwongen door een kies die in tweeën was gebroken kwam ik zaterdagmorgen bij hem terecht. In Nederland had ik na jarenlang onder een slechte tandarts geleden te hebben, eindelijk de overstap gewaagd naar een goede tandarts. En toen verhuisden we naar Frankrijk. Ik nam me voor: eerst goed uitzoeken welke tandarts capabel is, voordat ik me in zijn stoel hijs. Aan mijn mond geen polonaise! Maar het lot besliste anders: mijn kies brak, voordat we een goede tandarts hadden kunnen zoeken, in het weekend. En dan is het een kwestie van welke tandarts jou wil hebben en niet andersom. Een nachtmerrie als je zo bang bent voor de tandarts als ik.
Om kwart over elf meldde ik me, met knikkende knieën bij zijn praktijk. Ik belde aan en de beste man deed zelf open. 'Oh mijn God! Kan hij geen assistente betalen!' schoot het door mijn hoofd. We werden de wachtkamer ingebonjourd (mijn lief was mee om als vertaler op te treden, omdat mijn tandheelkundige woordenschat in het Frans zicht beperkt tot kroon, tand, trekken en verdoving), alwaar ik kritisch de ruimte bestudeerde. Vergane glorie, was mijn oordeel. De stoelen zijn vast ooit kostbaar design geweest, nu zijn ze vooral oranje. Het Perzisch tapijt op de vloer is duidelijk nep en het boeket op tafel getuigde van weinig smaak (zonnebloemen en zalmkleurige lelies? Kom op zeg!). Mais bon, wat zegt het interieur nou helemaal over de vakkundigheid van de man, hield ik mij voor.
Toen ik uiteindelijk aan de beurt was en zijn behandelkamer betrad, raakte ik eerst even in de war. De deur zwaaide open en ik zag een groot bureau met twee fauteuils ervoor. Het zag eruit als een kantoor uit Dynastie (maar dan ook echt uit de tijd van Dynastie) en ik vroeg me af waar de behandelstoel was. Gelukkig bleek die er wel te zijn. Rechts van het kantoorgedeelte van de kamer was een soort behandelhoekje. Nogal sobertjes, maar dat is niet erg: weinig enge apparaten om je bang te maken.
En toen, het oordeel. Ik hoopte op een pijnloze oplossing, maar helaas: ik moet een kroon. Dat betekent drie afspraken (oh hel!) waarbij eerst gesloopt wordt wat nog in tact is om dat vervolgens weer nep op te bouwen. Vanmiddag gaat de verstrooide professor mijn kies helemaal uitboren. Wie zegt me dat hij capabel is? De inrichting van z'n praktijk stemt me niet optimistisch. Het ontbreken van een assistente nog minder: moet ik straks zelf de zuiger vasthouden ofzo?!? Maar de man is op leeftijd; ik hoop dat dat betekent dat hij door jarenlange ervaring enorm kundig is. En één ding scheelt: pijnstillers zijn een gewoongoed in Frankrijk. Dus als het een pijnlijk verhaal wordt, laat ik me, als een heuse Française, wegzakken in een roes van medicijnen.
Wordt wellicht vervolgd (wellicht niet).
Om kwart over elf meldde ik me, met knikkende knieën bij zijn praktijk. Ik belde aan en de beste man deed zelf open. 'Oh mijn God! Kan hij geen assistente betalen!' schoot het door mijn hoofd. We werden de wachtkamer ingebonjourd (mijn lief was mee om als vertaler op te treden, omdat mijn tandheelkundige woordenschat in het Frans zicht beperkt tot kroon, tand, trekken en verdoving), alwaar ik kritisch de ruimte bestudeerde. Vergane glorie, was mijn oordeel. De stoelen zijn vast ooit kostbaar design geweest, nu zijn ze vooral oranje. Het Perzisch tapijt op de vloer is duidelijk nep en het boeket op tafel getuigde van weinig smaak (zonnebloemen en zalmkleurige lelies? Kom op zeg!). Mais bon, wat zegt het interieur nou helemaal over de vakkundigheid van de man, hield ik mij voor.
Toen ik uiteindelijk aan de beurt was en zijn behandelkamer betrad, raakte ik eerst even in de war. De deur zwaaide open en ik zag een groot bureau met twee fauteuils ervoor. Het zag eruit als een kantoor uit Dynastie (maar dan ook echt uit de tijd van Dynastie) en ik vroeg me af waar de behandelstoel was. Gelukkig bleek die er wel te zijn. Rechts van het kantoorgedeelte van de kamer was een soort behandelhoekje. Nogal sobertjes, maar dat is niet erg: weinig enge apparaten om je bang te maken.
En toen, het oordeel. Ik hoopte op een pijnloze oplossing, maar helaas: ik moet een kroon. Dat betekent drie afspraken (oh hel!) waarbij eerst gesloopt wordt wat nog in tact is om dat vervolgens weer nep op te bouwen. Vanmiddag gaat de verstrooide professor mijn kies helemaal uitboren. Wie zegt me dat hij capabel is? De inrichting van z'n praktijk stemt me niet optimistisch. Het ontbreken van een assistente nog minder: moet ik straks zelf de zuiger vasthouden ofzo?!? Maar de man is op leeftijd; ik hoop dat dat betekent dat hij door jarenlange ervaring enorm kundig is. En één ding scheelt: pijnstillers zijn een gewoongoed in Frankrijk. Dus als het een pijnlijk verhaal wordt, laat ik me, als een heuse Française, wegzakken in een roes van medicijnen.
Wordt wellicht vervolgd (wellicht niet).
donderdag 24 april 2008
Integratieproblemen
Sinds ik in Frankrijk woon, doe ik mijn best om in de Franse samenleving te integreren, om een heuse Française te worden. Nou ja, tot op zekere hoogt dan. Het zwaartepunt van mijn integratieproces ligt bij de Franse taal- en cultuurlessen die ik volg. Maar ik probeer ook in de kleine dingen mijn française-wording te bevorderen. Eén voorbeeld hiervan is mijn eetgedrag. Vanaf het begin heb ik blijmoedig de gewoonte overgenomen om bij elke maaltijd brood te eten. Dat ging me overigens gemakkelijk af, want ik ben dol op Frans brood. Echter, toen mijn taille ernstig begon uit te dijen besloot ik dat ik deze gewoonte beter achterwege kon laten.
Wél goed voor de lijn is de Franse gewoonte om tussen de middag een stevige maaltijd te nuttigen en ’s avonds lichter te eten. En dus besloot ik onlangs een stap in de goede richting te zetten en toog ik onlangs met tupperware-bakje gevuld met taboulé*, brood, en lepel naar school. Toen de lunchpauze aanbrak was ik gewoon een beetje uitgelaten: nu zou ik erbij horen; bij die Fransozen die altijd in de hal van de universiteit een plekje zoeken en hun vele doosjes met eten over de grote tafel uitspreiden. Ik zocht een plaatsje en begon aan mijn lunch. De etensgeuren van mijn buren (lang leve de beschikbare magnetrons) negeerde ik stoïcijns en ik was in mijn hum. Totdat er tegenover mij een meisje van het gotische soort kwam zitten. Één voor één kwamen de etenswaren tevoorschijn; groene salade, een soort stamppot met een héél onbestendig soort vlees, dat eruit zag als een stuk poot en als klap op de vuurpijl, een onvervalste drilpudding! Vol verbazing bekeek ik de uitstalling en de geuren die, naar ik vermoed, van het poot-ding afkwamen, deden mijn maag omdraaien. Ik probeerde mij sterk te concentreren op mijn tijdschrift en vooral niet op te kijken, maar als een meisje met de nodige ringen door haar lippen luidruchtig aan haar groene salade begint, kun je niet anders dan kijken! Dat zo’n wit meisje met grote zwartomrande ogen luidruchtig aan de gezonde salade knabbelt, heeft nog iets aandoenlijks. Maar toen.. toen kwam het poot-ding; toen werd het gotische meisje een echte heks die haar tanden in het vlees zette en met schuddend hoofd het van het bot los probeerde te scheuren. Exit Anne. Dan maar niet integreren, hier ben ik niet tegen bestand.
Het weekend na het poot-incident zat ik met mijn lief te praten over mijn laatste mislukte integratiepoging. Zou het mij ooit lukken om te ‘verfransen’? Een luid gesmak onderbrak ons gesprek: onze kater had zich vol overgave op een toastje bleu gestort. Bleu! ..Als mijn kater kan integreren, dan is er voor mij ook nog hoop!
* Een fijne couscous, met fijn gesneden groenten, munt en citroen.
Wél goed voor de lijn is de Franse gewoonte om tussen de middag een stevige maaltijd te nuttigen en ’s avonds lichter te eten. En dus besloot ik onlangs een stap in de goede richting te zetten en toog ik onlangs met tupperware-bakje gevuld met taboulé*, brood, en lepel naar school. Toen de lunchpauze aanbrak was ik gewoon een beetje uitgelaten: nu zou ik erbij horen; bij die Fransozen die altijd in de hal van de universiteit een plekje zoeken en hun vele doosjes met eten over de grote tafel uitspreiden. Ik zocht een plaatsje en begon aan mijn lunch. De etensgeuren van mijn buren (lang leve de beschikbare magnetrons) negeerde ik stoïcijns en ik was in mijn hum. Totdat er tegenover mij een meisje van het gotische soort kwam zitten. Één voor één kwamen de etenswaren tevoorschijn; groene salade, een soort stamppot met een héél onbestendig soort vlees, dat eruit zag als een stuk poot en als klap op de vuurpijl, een onvervalste drilpudding! Vol verbazing bekeek ik de uitstalling en de geuren die, naar ik vermoed, van het poot-ding afkwamen, deden mijn maag omdraaien. Ik probeerde mij sterk te concentreren op mijn tijdschrift en vooral niet op te kijken, maar als een meisje met de nodige ringen door haar lippen luidruchtig aan haar groene salade begint, kun je niet anders dan kijken! Dat zo’n wit meisje met grote zwartomrande ogen luidruchtig aan de gezonde salade knabbelt, heeft nog iets aandoenlijks. Maar toen.. toen kwam het poot-ding; toen werd het gotische meisje een echte heks die haar tanden in het vlees zette en met schuddend hoofd het van het bot los probeerde te scheuren. Exit Anne. Dan maar niet integreren, hier ben ik niet tegen bestand.
Het weekend na het poot-incident zat ik met mijn lief te praten over mijn laatste mislukte integratiepoging. Zou het mij ooit lukken om te ‘verfransen’? Een luid gesmak onderbrak ons gesprek: onze kater had zich vol overgave op een toastje bleu gestort. Bleu! ..Als mijn kater kan integreren, dan is er voor mij ook nog hoop!
* Een fijne couscous, met fijn gesneden groenten, munt en citroen.
zaterdag 31 maart 2007
Lentekleuren en Dromen
Bloemen zijn duur in Frankrijk en dat is jammer voor mensen zoals ik, die graag een bosje of wat in huis hebben. Daar komt dan nog eens bij dat de enkele bloemenwinkel die er is vaak grossiert in anjers en begonia’s (in van die lelijke witte plastic potjes). Toch bezwoer een Fransman mij, toen ik eens verzuchte dat ik de Nederlandse bloemen miste, dat Frankrijk toch de ‘bloemen had uitgevonden’. Het blijft een wonderlijk volkje..
Enfin, kort geleden waren vriendje en ik op de zondagse markt om verse producten in te slaan. Het zonnetje scheen en de lentekriebels namen bezit van me. Bloemen! Er moesten nu toch echt bloemen in huis komen! Ik kon dan misschien alle ramen openzetten, Jack Johnson draaien en op blote voeten door mijn huis lopen, maar wat is nou lente zonder bloemetjes? Aangemoedigd door vriendje begaf ik mij naar dat ene kraampje op de markt waar ik al vaker leuke bloemen had gezien, maar altijd door was gelopen vanwege de mij bekende Franse woekerprijzen. Vandaag was ik bereid een tientje te betalen voor een miezerig klein bosje Ranonkels als het moest. De markt liep al op z’n eind, maar bij de bewuste bloemenkraam krioelde het van de dames, die net als ik hun zinnen hadden gezet op een bloemetje. Van een afstandje keek ik naar het kraampje die al bijna leeg verkocht was en naar de vrouwen die zich voor de kraam verschanst hadden. Allemaal keken ze met een stuurse vastberadenheid naar de kraam; die laatste bloemen, die waren voor hun! Een combinatie van luiheid en afkeer - ik wilde me niet tussen die norse vrouwen gooien om een bloemetje te bemachtigen - deden me teleurgesteld afdruipen. Op naar de zuivelkraam voor de bio-eitjes. Maar nadat we de eieren in de tas gestopt hadden, besloot ik nog één keer langs de bloemenkraam te lopen.
Ik had geluk: de rij dames bleek weggewerkt en er waren nog een paar bosjes bloemen over. Ik koos voor het bosje gele ranonkeltjes en de bloemenman stelde voor hier een boeketje van te maken. Welja, maak er maar wat moois van, dacht ik en, niet bij machte dit in het Frans te verwoorden, knikte ik blijmoedig. Her en der greep bloemenman wat bloemen bij elkaar. Ondertussen babbelde hij er vrolijk op los en zonder te begrijpen waar het over ging - ook vriendje kon er geen touw aan vastknopen - stonden we als een stel opgewonden kinderen mee te lachen en knikten we voortdurend als bloemenman ons aankeek. Toen hij een groot boeket van vrolijke gele, witte en oranje bloemen bij elkaar had gefrutst (schikken kan het niet genoemd worden), keek hij ons aan en vroeg of we het zo goed vonden, voor tien Euro. “Oui, oui, oui!” - weer hevig knikkend. Onder het werkblad trok bloemenman een stuk stro tevoorschijn waarmee hij de bos bij elkaar bond en toen kwam het hoogtepunt van de ‘bloemenbelevenis’; onder datzelfde werkblad kwam nu een stuk bladmuziek vandaan waarin het boeket gewikkeld werd. Met mijn schat in mijn armen wandelde ik met vriendje terug naar huis. Door het park, waar de honden om ons heen dartelden, waar gevoetbald werd en waar kindjes opgelaten bij de net weer gevulde fontein speelden. Het leven was mooi, besloten we en het leek wel alsof iedereen in het park er zo over dacht.
Thuis haalde ik de bloemen uit het papier en bestudeerde de muzieknoten. Jammer genoeg zonder enig resultaat, want noten heb ik nooit leren lezen. Ik fantaseerde over de bloemenman die vast een gedesillusioneerde conservatorium student was. Het leven als student in Parijs was niet zo romantisch als hij verwacht had. De stugge Parijzenaren deden hem terugverlangen naar de warmte van zijn familie en vrienden in de provincie. En zo zei hij het formele conservatorium en zijn leven in Parijs vaarwel om terug in Grenoble slechts nog voor de lol met zijn vrienden muziek te maken op straathoeken en in kroegjes. De bladmuziek had hij niet meer nodig, die gebruikte hij nu in zijn goedlopende bloemenkraam, om de bloemen in te pakken. Zo fantaserende snapte ik ineens waarom het zo druk was geweest bij zijn kraam, waarom alle vrouwen perse een bosje van zijn bloemen wilde hebben. Deze bloemenman verkoopt namelijk niet zomaar bossen bloemen; hij verkoopt bosjes geluk. Lentekleuren en dromen - en dat allemaal voor een tientje.
dinsdag 2 januari 2007
De Kerstmarkt van Frank Masmeijer
Kerstmis in Frankrijk is anders dan thuis. Intens, maar kort. De familiegezinde Fransen moeten het doen met één kerstdag en rennen zich derhalve kapot om elkaar allemaal te kunnen zien. Dachten wij in Nederland dat het een drama was om eigen familie, schoonfamilie, opa’s en oma’s in twee dagen allemaal op te zoeken. Vergeet het maar! In Frankrijk is het pas écht een uitputtingsslag. Dit jaar viel de dag gunstig; kerst op maandag betekende dat het weekend erbij getrokken kon worden en dus konden er nóg meer familiebezoekjes afgelegd worden. Wat een geluk!
Om te compenseren voor deze jaarlijkse 24-uurs race nemen de Fransen een lange aanloop. En zo kon het gebeuren dat vriendje en ik al aan het begin van december geconfronteerd werden met kerstmis, terwijl wij, als echte Nederlanders, nog met ons hoofd bij het komende Sinterklaasfeest zaten. Op weg naar de grote supermarché in een buitenwijk van de stad, fietsten wij bijna letterlijk tegen een kerstmarktje aan. Op onze vaste route naar de super ligt een soort pleintje - eigenlijk is het een opgeleukte parkeerplaats - tussen een paar flatgebouwen. Hier stonden nu ineens allemaal witte punttenten, met de rug naar ons toe. We keken elkaar aan en konden het ons haast niet voorstellen, maar jawel hoor! De eerste kerstdeuntjes klonken vanuit het tentenkampement. Gelijk gooiden we het principe ‘Sinterklaas eerst’ overboord - dat mag best als je in Frankrijk woont - en de fietsen aan de kant. Terwijl we het kerstterreintje opliepen en de prachtige zelfgemaakte kaartjes, kettingen en fruitschalen bekeken hoorden we een mannenstem de koopwaar van de verschillende kraampjes aanprijzen en ons werd op het hart gedrukt toch ook eens een bezoekje te brengen aan de interculturele tent. Alvorens we aan dat avontuur begonnen viel mijn oog op de plek waar de kerstdeuntjes geproduceerd werden. Onder een grote, open tent vóór het podium aan de zijkant stond een tenger mannetje met een grote zwarte snor achter een synthesizer op pootjes. Typisch zo’n man waarvan je denkt ‘die zou het goed doen in een Man Bijt Hond portret!’ Jammer dat ik mijn camera niet bij me had. In de interculturele tent was het ook genieten: taferelen van bekenden en familieleden van allerlei nationaliteiten die elkaar begroeten bij ‘hun’ kraam en al kwetterend de nationale delicatessen verorberden die een aantal dames van hun vereniging ongetwijfeld met veel zorg bereid hadden en nu trachtten te verkopen om zo wat te verdienen voor de jaarlijkse Italiaanse reünie, het halfjaarlijkse Oekraïense feest of voor een hoger doel als het steunen van de Palestijnse zaak of een Ethiopisch weeshuis. Bij de Russische kraam vingen de eeuwig leuke Matrushka’s mijn aandacht. Op het bordje ernaast stond echter ‘Babushka’s 8 Euro’. Sinds mijn bezoek aan Rusland een aantal jaren geleden dacht ik toch te weten dat echte Russen spreken van Matrushka’s’ en dat het vooral de buitenlandse toeristen zijn die spreken van ‘Babushka’s’. Ik keek naar de twee dames die zwijgzaam toastjes met zalm aan het beleggen waren en besloot na kort inwendig overleg dat ik het niet durfde te vragen.
Zo langzamerhand begon het tijd te worden de markt te verlaten en ons te storten op de wekelijkse boodschappen. We liepen terug richting onze fiets en kwamen de stem tegen die met zijn draadloze microfoon nog steeds druk verslag aan het doen was van wat er zoal gebeurde op de markt. Een soort Frank Masmeijer-type met een goedkope smoking en een glimlach op zijn gezicht waarvan je had kunnen zeggen dat het een tandpastalach was, als zijn tanden wat witter waren geweest. Ik keek om me heen en bedacht me dat hij zijn boodschap toch iets luider moest gaan verkondigen, want de animo voor deze markt was vooralsnog beperkt. En dat terwijl het toch echt zo’n markt was die je gezien moet hebben!
Abonneren op:
Posts (Atom)